KIELE KIELE KILI

Het moge duidelijk zijn; ik heb mountain Kilimanjaro beklommen. Vanaf mijn heerlijke relaxte plekje bij Mbuyu Beach aan de Keniaanse kust, kijk ik met genoegen, enige verbazing en trots terug op deze expeditie. Volgens de 1 een wandelberg, volgens de ander een onneembare hobbel. Het was wat mij betreft zeker geen ‘walk in a park’! Sterker nog; het was kiele-kiele of de Kili en ik wel zo’n goede match waren en ik de top zou halen …….

Op maandagochtend vertrok de Kilimanjaro Charity-climb 2018 groep vanaf lodge Sal Salinero in Moshi richting de gate aan de Kenia-kant van de Kilimanjaro. Met alle bagage op het dak, alle climbers en een aantal gidsen aan boord, togen we vol goede moed richting ons vertrekpunt. Er was ons een warme lunch beloofd bij de gate dus daar verheugden we ons dan maar op. Na een bijna 3 uur durende knus-Afrikaanse bustocht, stonden we opeens op ruim 1900 meter hoogte aan de voet van ‘onze’ Kili bij Nalemuru gate. Onderweg maakten we nog met z’n allen een pitstop niet wetende of beseffende dat velen gemeenschappelijke number 1 & 2 momentjes zouden volgen. Tijd voor de laatste zaken; slippers uit, wandelschoenen aan, Vlaamse frieten eten, inschrijven in het grote Kili-boek, nummertje 1 of 2 op een ‘gewone’ toilet en hop hop hop de berg op!

Gezellig kletsend, met regelmaat SWATten (sugar, water, always clean & temperatur), genietend van de veranderende omgeving en natuur, met verbazing kijken naar de boda-boda die nog naar boven ging, ingehaald worden door de porters (dragers) kwamen we enkele uren later, en ruim 700 meter hoger, aan in ons eerste kamp; Simba kamp. Onze slaaptenten stonden al klaar. Net als de eettenten en de wc-tentjes. Om deze hele expeditie mogelijk te maken was er een crew van 57 (!!!) man op de been. Dat aantal was inclusief onze 8 gidsen. Maar dat betekent nog steeds 50 man; sjouwend, bouwend, poetsend en kokend om onze groep veilig en wel bovenaan de top te krijgen. Diep respect voor hen en hun nimmer aflatende optimisme, enthousiasme en zorg.

Anneke en ik waren ‘roomies’ in het hotel en op de berg ‘tenties’. Best knus zo met z’n tweeën in zo’n laag tentje inclusief omkleden en wassen. En wat hebben we gelachen! Soms van pure ellende. Maar vaak omdat het zo ontzettend leuk, gezellig en bijzonder was. Kamperen is ‘niet echt mijn ding’. De eerste dagen was het nog wel oké maar vanaf dag 4 vroeg ik mij regelmatig af ‘waarom????; koud, nat, vochtig, benauwd, krap, laag en koud, nat en vochtig. Je wordt er wel een stuk makkelijker van; lekker slapen in je thermo-ondergoed met je fleece aan en de volgende dag gewoon in datzelfde kloffie aan de wandel. Wel even Frans-douchen he?! Op dag 6 dacht ik mijzelf een beetje te gaan ruiken. Maar ach, iedereen rook inmiddels naar ‘ezel’ dus who cares?

De stemming in de groep was trouwens helemaal te gek! De eerste avond zongen we al onze guilty pleasures met elkaar; Why tell me why van Anita Meyer vond ik wel toepasselijk. De gidsen en de crew keken met grote verbazing naar deze Nederlandse uitbarsting van ‘gezelligheid’.

Elke dag werden we allemaal medisch gecheckt; saturatie en hartslag gemeten en naar onze longen geluisterd. Ik voelde mij, verbazingwekkend, goed. Ondanks de hoogte en het slikken van allerlei chemische zooi. Hier en daar staken de eerste hoofdpijntjes op. Ik at met grote smaak alles wat mij werd voorgeschoteld; soep, rijst, kip. Zonder probleem. Nog wel.

Dag 2 was een pittige dag; ruim 10 km en 1000 meter omhoog. Al met al zo’n 9 uur onderweg. Dat het geen ‘walk in a park’ is, wordt ons allemaal duidelijk. 9 uur is best lang, zeker wanneer het terrein vals-plat is en het mooie weer echt voorbij is.

Maar wat een ontvangst in het volgende, Kikelewa, kamp! Uiteraard stonden de tentjes alweer klaar, was de soep bijna gaar en luidden de opdracht; warme kleren aan en thee komen drinken. Maar het grote welkom was door de dragers; met traditionele (gospel)liederen verwelkomden zij ons op 3650 meter. Waar halen ze toch de energie en adem vandaan? Ondanks dat ik mij goed voelde, merkte ik toch wel degelijk dat het ademen lastig(er) werd. Even naar de toilet lopen, zorgde al voor wat gehijg en gepuf. Ik prijsde mij wel gelukkig dat dat alles was. Een aantal mede-climbers was er veel slechter aan toe. De avond was al iets minder uitbundig dan daarvoor. De algehele vermoeidheid speelde toch al wel parten. En dat slapen in die tent was voor mijn gevoel vermoeiender dan helemaal niet slapen! Ik voelde mij een ossenworst in een diepvrieskist ……. En het eten was ook niet meer zo’n feest; met lange tanden en tegen heug en meug, lepelden we onze soep of pap op. Voor alles is een eerste keer dus ook voor geen trek hebben en tegen je zin in eten. Wonderlijk wat hoogte met je lijf doet.

Vol goede moed, startten we aan dag 3. Helaas zonder onze Hilke. Hij besloot dat 3 dagen hoofdpijn het niet waard was. Gelukkig zou hij wel beneden op ons wachten en mee gaan op projectbezoek. Na een hele reeks knuffels vertrokken we met 16 man naar de voet van de Mawenzi top op 4330 meter hoogte. In pole-pole stijl (rustig aan dus) in de regen, worstelden wij ons zeker de laatste 1,5 omhoog. Het kamp was in zicht maar kwam voor geen meter dichterbij. Leek wel een fata morgana! De moed zakte mij een beetje in m’n schoenen. Als dit al zo zwaar was, hoe moest dat dan morgen met onze summit poging? En de uitdrukking ‘in de wolken zijn’ heeft voor mij op deze berg een totaal andere betekenis gekregen! Niks geen happy-gedoe of -gevoel. Gewoon grijs, grauw en grimmig. Dat dus.

Na het tegen-heug-en-meug-diner kwamen we met de hele groep bij elkaar voor de briefing van de volgende dag. Tegen de planning in, geen start om 24.00 uur ’s avonds maar ‘pas’ om 06.00 uur. Dus bij daglicht omhoog. Onze gidsen schatten onze kansen dan hoger in om het daadwerkelijk te halen. En we besluiten allemaal een summit porter mee te nemen die onze dagrugzak draagt. Klinkt luxe maar blijkt gedurende de dag totaal geen overbodige luxe te zijn!

’s Nachts sneeuwt het. En hoe?! Sinds 2006 was er niet meer zoveel sneeuw gevallen. De kampmanager besluit dan ook midden in de nacht de tentjes te ontdoen van de sneeuw. Ik zit recht overeind van de schrik met m’n hart bonkend in mijn keel. En dat gevoel ging niet meer weg …..

Opeens houdt mijn lijf ermee op om mij goed gezind te zijn. Aanvallen van benauwdheid volgen elkaar in rap tempo op. En ik krijg mijn ademhaling niet meer onder controle. Als een slappe vaatdoek sta ik op. Met pap-benen of wel ‘porrige legs’. M’n hartslag is bij de medische check ruim 112. En tegen mijn gevoel in, is mijn saturatie nog prima in orde. Pap erin, eieren eten, koffie drinken, tanden poetsen, een hele Diamox en gaan! Maar dat gaan, gaat niet. Wat ben ik mijzelf tegen gekomen. Volledig buiten adem. Om de paar meter moeten stoppen om op adem te komen. Geen kracht meer in m’n benen. Wat duurt zo’n summit poging dan lang …. Onderweg komen we mensen tegen die het niet gehaald hebben. Vooral vanwege de weersomstandigheden. Dat geeft de burger niet echt moed. En maar doorsjouwen. Een paar slokjes water drinken is al een hele opgave. En wat voel ik mij rot tegenover mijn mede-climbers. Het plan was om als 1 groep naar boven te gaan. Maar opsplitsen is beter. Ik hang achteraan de ultra-super-pole-pole groep. Hoe rot ik eraan toe ben, word mij echt duidelijk wanneer ik tijdens de lunch in de kou, zittend op een steen, indut. Zomaar het licht even uit. Het is dat Bosco erin gelooft dat ik het kan halen. En hem wil ik niet teleurstellen. Hij wil mij zo graag de summit laten zien. Dus ik vloek nog wat van binnen en schuifel verder. Ik zie de worsteling bij een aantal mede-climbers en ook hen zie ik doorzetten dus geef ik mijzelf een spreekwoordelijke ‘schop onder de kont’. Ik hoor mijzelf nog aan iedereen die het horen wilden, vertellen dat ik nog liever al mijn schoenen op zou eten dan zou opgeven. Ik zie vervolgens al die hele leuke kittige hakjes voor mij en hobbel/schuifel/worstel verder. Het duurt voor mijn gevoel eeuwig …….. Mijn summitporter wijkt geen moment van mijn zijde zodat ik regelmatig even kan drinken of snacken. Hij diept alles uit m’n rugzak wat ik nodig heb. Zonder handschoenen overigens terwijl ik het voor mijn gevoel afsterf op die berg. Hij sjokt naast mij alsof hij wel een wandeling in het park maakt. Gids Bosco laat zich niet gek maken door al dat gemopper en gehijg. Gestaag klauteren we verder. En dan komen we opeens mensen uit onze groep tegen die al op de terugweg zijn. Zij hebben het dus gehaald! Dat is tof!

En dan uiteindelijk zijn wij er ook! Wat een opluchting. Ik ben zo naar de klote dat ik er niet eens van kan genieten. Voor ons is wel de lucht opgeklaard dus we hebben de meest fantastische uitzichten daar op bijna 6000 meter! Op de foto lijkt het alsof we met elkaar op wintersport zijn. Meer geloof mij, we staan echt op de top! De tijd dringt. We moeten namelijk nog een stuk terug. En het is inmiddels al 18.00 uur geweest. No time to waste dus snel foto’s maken en met een rotvaart die berg af. De eerste paar 100 meter zijn oke maar dan komt er een stuk met rotsen en lastige afstapjes. Daar moeten we echt voorbij zijn voordat de zon ondergaat. Dus lopen met die pap-benen. We zijn gelukkig op tijd voorbij het lastige deel. Dan komt het recht-zo-die-gaat-gedeelte door het grind. Ik word op sleeptouw genomen door Bosco en met grote zeven-muil-stappen ‘vliegen’ we de berg af. En daar is ons kamp. Godzijdank. Ben nog nooit zo afgedraaid/afgepeigerd/moe en totaal naar de klote geweest als die avond. Met moeite werk ik 1,5 pannenkoek naar binnen. Word misselijk. Toch weer niet. Moet plassen maar heb niet eens meer de kracht om m’n broek van m’n kont te trekken. Toch maar wel. Dan maar niet meer dicht en zo  als een ossenworst slapen. Ik hoor nog dat Linda binnen komt. De laatste van onze groep. Gelukkig we zijn weer compleet. Volgens mij kruipt ook Anneke in de tent, vraagt er iemand nog bezorgd hoe het met mij is maar ik ben volledig ‘out’. En dat hebben mijn mede-kampbewoners geweten. Ik heb geslapen als een baby! En schijnbaar ben ik met een hoop geluid opnieuw naar de top gegaan. Sorry peepels …

De volgende dag zitten we elkaar een beetje lullig aan te kijken. Dit was het. We hebben het gehaald. WE DID IT! De verhalen komen los. Iedereen heeft afgezien. Iedereen heeft het koud gehad en zich afgevraagd of er ooit een eind zou komen aan de worsteling. En iedereen is onwijs trots op en blij voor iedereen! Wat een leuk cluppie mensen toch.

Vandaag wandelen we in zo’n 5 uur van Kibo camp naar Horombo camp. We komen terug op zo’n 3700 meter en dat voel je. Het ademen gaat weer een stuk beter. In de verte zien we Moshi liggen; onze eindbestemming. Daar gaan we de volgende dag dan ook naartoe. De groep porters staan ongeduldig te wachten tot wij eindelijk weggaan en zij het kamp kunnen ontmantelen. Inhalen doen ze ons toch wel. En voor ons zorgen ook want de warme lunch wacht op ons bij Mandara camp. Het is bijna ontroerend hoe deze groep zich maar blijft inzetten voor ons. De tocht naar beneden is prachtig. Door mooie landschappen en de forrest. Ik kan weer kletsen onderweg. De knieën vinden dit dalen iets minder prettig. En dan zijn we bij Marangu gate. De crew zingt ons wederom toe. Hier en daar laten de benen een klein dansje nog toe. Anneke spreekt namens de groep een dankwoord uit en we high-fiven wat af! Voordat we het weten, heeft de bus ons teruggebracht naar de lodge. Ik sta vervolgens zeker een half uur onder de douche! Wat een genot! Ook dat Kilimanjaro biertje smaakt ons allemaal prima! Het was kiele-kiele maar he, dat staat niet op m’n certificaat dus cheers to the Kili!

13 maart 2018 – Kilimanjaro, Tanzania

Discussion

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.